Feeds:
Berichten
Reacties

Het is een lange dag geweest. Ik open een bier en zak onderuit in mijn stoel. Pure ontspanning. Zittend in mijn kamer denk ik aan de tijd op de middelbare school. Het plein achter school was toen een plek van ultieme ontspanning. Het pleintje waar ik na schooltijd altijd ging voetballen en waar ik voor het eerst een meisje een kusje gaf. Wanneer ik terugdenk aan die tijd, ben ik als het ware weer op het pleintje.

Op de achtergrond klinkt het drukke verkeer dat zich een weg baant over het Olympiaplein. De frituurlucht van de armoedige patatzaak, waar nooit een glimp van klanten op te vangen is, hangt over het plein. Een kinderspeeltuin met een picknickbank en andere zitgelegenheden staan aan de ene kant van het plein. De andere kant wordt bezet door een grasveld, waar honden hun stinkende behoeften doen. Naast het grasveld ligt een betonnen voetbalveld. Het betonnen veld wordt omgeven door ijzeren hekken, waardoor het voor de bal onmogelijk lijkt om het veld te verlaten. Een groep jongens van rond de zestien jaar rent fanatiek achter een bal aan, terwijl een aantal meisjes zich ontspannen op de ijzeren banken naast het veld.

Denkend aan vroeger luister ik naar mijn muzieksmaak van nu. Een compilatie van de beste nummers van Chet Baker staat op. De trompet galmt door mijn oren, terwijl de bas het ritme van mijn hart regelt. In sommige nummers zingt Chet, waardoor mijn brein zich richt op hetgeen dat Chet wil vertellen over de liefde. De rust in de stem van Chet, die ontstaat doordat de instrumenten hem de ruimte geven om te zingen, het laat mijn bloeddruk dalen.

Mijn pyriforme cortex, oftewel het ruikende deel van een menselijk brein, schept herinneringen aan cafeetjes waar nog gerookt mocht worden. Waar de ogen pijnlijk aanvoelden doordat het blauw stond van de rook. Het gevoel van een biertje dat door je lichaam stroomt met daarbij een glas jenever.

Het café heeft geen heldere verlichting. Mocht er niet gerookt worden, dan zou er alsnog geen duidelijk zicht zijn. De cafébaas is een oudere man en rond de bar zitten mannen, die met pensioen zijn en dagelijks hier hun bier komen drinken.

Iedereen kent de teksten van Chet Baker uit zijn hoofd, maar niemand zingt mee. Chet zingt, wij drinken en roken. Ongezondheid kent men niet. De mensen vinden elkaar aardig, zonder dit te zeggen. Af en toe lacht er iemand hardop, maar over het algemeen praat iedereen op een zacht volume. Wanneer men elkaar niet verstaat wordt er niet harder gepraat, maar komen de hoofden van de gesprekspartners dichter bij elkaar. Niemand wordt lastig gevallen met andere gesprekken dan het gesprek waar hij op dat moment aan deelneemt. Het enige gemeenschappelijke geluid dat door de oren van de bezoekers gaat is Chet Baker’s My Funny Valentine.

Ondanks dat ik op mijn kamer zit, kan ik met mijn hersenen een hele voorstelling maken van een omgeving waarin ik kon ontspannen tijdens mijn periode op de middelbare school en niet veel later denk ik aan de omgeving waarin ik nu kan ontspannen. Allemaal door een simpele inspanning van mijn brein.

Hersenen zijn rare organen. Het is de mens. Alles wat de mens is komt voort uit de hersenen. De taal die je spreekt, de architectuur om je heen, de wegen, de infrastructuur, het geld in je portemonnee, de gedachten over het leven en het idee over wat er na dit leven op je staat te wachten. Het is allemaal afkomstig uit de breinen van de mens. Miljoenen breinen dragen bij aan de kenniswereld waarin wij nu leven. De connectie tussen neuronen zorgt ervoor dat wij iets begrijpen. Hoe het komt dat juist die ene connectie ervoor zorgt dat wij een bepaald feit begrijpen is nog niet bekend. Het bekende binding probleem dat zich voordoet in de neuropsychologie. We weten de plekken in de hersenen te vinden waar wij kleur, plaats, functie, lichtinval, gezichten, dieren, vorm of emotie verwerken, maar hoe dit alles samen komt om één situatie in de hersenen te vormen, daarover tasten wij volledig in het duister.

Hoe ik een complete voorstelling kan maken van mijn meest ontspannende momenten is dus voor wetenschappers nog totaal onbekend. Wel is bekend dat alle ontspannende ingrediënten geactiveerd zijn in mijn brein en dat vind ik heerlijk.

Kritiek, Kritiek, Kritiek

Als ik een boek wil lezen of een film wil kijken, dan betrap ik mij er steeds vaker op dat ik eerst de recensies lees. Ik wil simpelweg geen tijd besteden aan iets nutteloos. Typ kritiek of recensie in op internet en je krijgt miljoenen sites die het beeldscherm passeren. Er zijn meer kritieken van films en boeken op de wereld, dan dat er films en boeken zijn.

Natuurlijk is het fijn om te zien in de krant hoeveel sterren een film krijgt, maar de persoon die de sterren geeft heeft al zoveel films gekeken dat voor hem bijna niets meer origineel is. Omdat ik al zijn slecht bekritiseerde films niet kijk, kan er wel eens een film met een lage score tussen zitten, die voor mij geweldig is. Toch lees ik het verhaal van de criticus en besluit ik in de bioscoop maar naar een “goede” film te gaan.

Kritiek beïnvloedt het leven en het is overal te vinden. Wat te denken van sites waar stofzuigers bekritiseerd worden op zuigkracht of het eeuwige gezeur op vakantiesites als Sunweb, waarbij de ene persoon het te warm vond op de kamer in Griekenland en bij de ander vroren de tenen eraf. Wat moet ik met die informatie?

De informatie beïnvloed onbewust mijn hersenen. Er zijn mensen die menen dat alles waar zij voor kiezen een bewuste keuze is, maar in de wetenschap is al langer bekend dat dit niet zo is. Wanneer een mens de keuze moet maken tussen twee of meerdere opties, dan weegt onze frontale hersenschors de voor- en nadelen af van elke mogelijkheid. Dit gebeurt geheel onbewust, voordat wij ook maar een idee hebben dat wij aan het kiezen zijn. Alles wat ik dan heb gelezen op het wereldwijde web wordt in het proces van de frontale hersenschors meegenomen. Zelfs de meest nutteloze kritieken passeren de frontale schors en de keuze wordt gemaakt. Zo heeft een rare snuiter met zijn eigen site vol recensies wel erg veel invloed op het leven zonder dat wij het door hebben.

Zouden de critici dan niet wat meer grenzen moeten krijgen in onze media? Misschien moeten we ze allemaal wel de mond snoeren. Alleen dan zouden wij een mening construeren vanuit onze eigen ervaringen.

Misschien zou dan niemand meer zijn mond open mogen trekken, want net zoals het proces van de voor- en nadelen afwegen, is ook het kritiek geven zelf een proces in de hersenen dat tot uiting wil komen. Kritiek was er altijd al en zal ook altijd blijven. Zoals vroeger al tegen de uitvinder van het duizend-dingen-doekje werd gezegd: “heb je die dingen geteld dan?”

Ik ben een jongen van de stad. Auto’s rijden langs mijn raam voorbij, wanneer ik rustig een boek zit te lezen. Ik word wakker van de eerste tram in de ochtend en mijn studie naar de psychologie werd in het verleden vele malen onderbroken door de sirenes van een politieauto. Wanneer ik uit mijn raam kijk of door mijn buurt loop worden de grenzen van mijn kijken bepaald door de gebouwen om mij heen. Een weiland toont zich maar zelden op mijn netvlies. Soms als ik van Amsterdam naar Amstelveen rijdt op mijn fiets, dan wil ik nog wel eens een rustige route door het weiland nemen.

Je hoort er geen auto’s, alleen af en toe een tractor en het geratel van mijn stadsfiets. Je hoeft niet bang te zijn een persoon aan te rijden, want er is simpelweg genoeg ruimte. Koeien grazen en schapen mekkeren. De verse broodgeur van de Turkse bakker op de hoek is vervangen door de geur van pas gemaaid gras. Je kunt hier uren ronddolen zonder dat iemand je aanspreekt.

Het leven op een weiland lijkt op vakantie. Even helemaal weg uit de sleur. Plotseling komt de gedachte bij mij naar boven of het niet veel beter is om op een weiland te wonen. Hier in de stad heb ik nog tientallen boeken die ik wil lezen, vele bladzijden die ik wil schrijven, maar ik kom er niet aan toe door het dagelijkse ritme, waar de stad mij in heeft ondergedompeld.

Een klein huisje midden op het weiland zou perfect zijn om aan alles toe te komen, waar ik in dit drukke stadse leven geen tijd voor heb. Het lijkt zo mooi, maar dan komen de minpunten om de hoek kijken. Vereenzaming lijkt al snel op de loer te liggen. Als ik hier in mijn stad een week, door de griep geveld, binnen moet zitten, dan lopen de frustraties van een onsociaal leven al hoog op. Er is dan geen positiviteitsgoeroe, die mij een helpende hand kan bieden. Nee, het enige medicijn is een avond naar de kroeg. Voor een persoon wonend op een weiland is dit een hele onderneming. Hoe kom ik thuis? Fietsen is wel erg ver en de auto betekent geen bier. Een taxi zou kunnen, maar dat maakt de avond opeens prijzig. Het openbaar vervoer zou kunnen, maar dan moet er met tien bier achter de kiezen gelet worden op het halen van de laatste bus. Problemen, die zich vormen door de frustraties van het onsociale leven.

De perfecte oplossing zou zijn wanneer de personen die mijn leven in de stad vullen ook meeverhuizen naar het platteland. Dat betekent ook dat de sleur van de stad verhuist naar het platteland en dan ben ik uiteindelijk nog niets opgeschoten.

Vanaf Vandaag

Vanaf vandaag zal ik weer schrijven. Ook zullen foto’s en andere kunstzinnige uitingen op deze website te vinden zijn. ‘Welkom terug schrijvertje,’ zeg ik tegen mijzelf. Ik hoop dat mijn lezers zullen smullen.

Het is zondag en het wordt een lange dag vandaag. Het uur is verschoven en officieel duurt deze dag een uur langer. Wel wordt het vroeger donker, waardoor de hypothalamus in onze hersenen niet meewerkt aan het nieuwe ritme. Dit deel van ons brein houdt zich vast aan het ritme van licht en donker. De gevolgen zijn zestien miljoen hersenen op dat hele kleine stukje aarde, die compleet in de war zijn.

Er is één magnifiek brein dat helaas niet meer in de war is, maar nu langzaam aan het verdwijnen is. De verbindingen verbreken langzaam. Het deel van de hersenen waar de fantasie huishoudt kan niet meer geactiveerd worden. De nieuwe verhalen zijn verloren. Het brein van een groot schrijver is niet meer.

Vandaag worden er extra programma’s ingelast over de overleden persoon. Ik heb dat nooit begrepen. De personen die zich daadwerkelijk voor de beste man interesseerden hebben deze programma’s allang gezien. ‘Nee, het wordt uitgezonden uit respect voor de overledene,’ zegt een televisiebaas dan. Wat een respect. Het aanklikken van een ander programma in de database van het televisiekanaal, dat is wat er voor de overleden persoon wordt gedaan. Meer is het niet.

Gelukkig is er ook weer voetbal op de beeldbuis. De grote clubs hebben al gespeeld. Vandaag is het enkel de vraag of Feyenoord uit de degradatiezone blijft. Ik zal er mijn tijd niet mee doden om een aantal gestreste Rotterdammers achter een bal aan te zien lopen. Een bal waar zij geen richting aan kunnen geven. De samenvatting van een degradatieduel duurt mij al lang genoeg.

Ik zal mijn dag vullen met het klussen bij een vriend, het drinken van bier en het schrijven van een boek. Alcohol activeert de fantasie, maar kan het hersendeel van de fantasie ook kapot maken. Het is een vermoeide wereld van kennis waarin wij leven.

Terwijl ik denk aan het klussen, vraag ik mij af of het in elkaar zetten van IKEA-meubels ook daadwerkelijk iets met klussen te maken heeft. Het echte klussen is toch meer het timmeren en boren. De klussen van IKEA houden het meer op het draaien van vreemde schroefjes met nog frappantere schroevendraaiertjes in een wereld van vele plankjes met voorgeboorde gaatjes.

Het zal geen vermoeiende middag worden, al zal het klussen mij niet veel inspiratie geven voor de grootste bestseller ooit, die ik nu aan het schrijven ben. Ik wens de overlevenden van de nacht een fijne zondag toe.

Het wakker worden verliep niet voorspoedig op deze vrijdag. De ochtend stond in het teken van het continu uitstellen van de wektijd op mijn telefoon en het uiteindelijk tegen de muur smijten van deze telefoon. Dit gebeurt mij elke vrijdag. Waarschijnlijk neem ik de eerste lettergreep van het woord vrijdag te serieus.

Het opstaan lijkt geen probleem te zijn voor de mensen om mij heen. Zij moeten simpelweg op tijd bij de baas arriveren. Blijven liggen is geen optie. Voor een luie student als ik, is er geen baas.

Gisteren was ik verloren in een boek, dat ik graag uit wilde lezen. Een boek van zeshonderd pagina’s met extreem kleine letters. Letters zo klein dat een vlo op het boek een heel woord zou kunnen veranderen. Ik zat met zwetende oogjes te lezen in “The Wind-Up Bird Chronicle” van Haruki Murakami. Een ellenlang verhaal over een man die dagenlang in een ouderwetse drooggelegde put kan zitten. Zijn vrouw en kat verlaten hem en dat vindt hij vreemd. Ik snap vrouwen zelf ook niet, maar als het mijn hobby is om in putten te gaan zitten, dan zou ik het niet vreemd vinden mocht mijn vrouw op een dag de benen nemen. Deze man in het boek van Murakami vindt dat wel raar en gaat opzoek naar zijn vrouw. Een zoektocht waarbij hij nog meer mensen tegenkomt, waarvan een dokter zou zeggen: ‘opnemen die handel.’ Al met al was ik blij dat ik het boek uit had. De komende tijd geen Murakami meer voor mij. Het is een goede schrijver, maar het zogenaamde toeval van gebeurtenissen in de boeken van Murakami komt mij soms de spuitgaten uit.

Daar zat ik dan gisteravond als een neuroot dat boek door te lezen. Ik zat op mijn fauteuil met naast mij een glas en een flesje Hertog Jan Weizener. Een biertje dat gemaakt is om langs de huig te lopen. Ik was nog geen hoofdstuk verder of het flesje was alweer leeg. Frustrerend bier voor degene die twee trappen op moeten lopen om de ijskast te bereiken.

Ondertussen ben ik nog steeds bezig met het zoeken van een titel voor mijn toekomstige bestseller. Het is een schande dat ik pas op bladzijde tien ben. Toch zie ik er al een bestseller in. Zou Harry Mulisch nog leven, of in ieder geval bij kennis zijn, hij zou mij vertellen: ‘jongeman, dit wordt een bestseller, dit wordt een aanslag op de boekwinkels.’ Mocht hij niet op zijn sterfbed liggen, ik zou hem bedanken. Nederland kent bar weinig schrijvers zoals meneer Mulisch.

Na het boek van Murakami was ik gisteravond verzeild geraakt in het zoeken van een geschikte titel voor mijn boek. Hierdoor werd ik vandaag om half elf pas wakker. Ik heb mij gewassen, maar vergat mij te scheren. Een baard die prikt bij elke beweging van mijn mond is het gevolg. Gelukkig ben ik meer een schrijver dan een prater.

Praters heeft de wereld al genoeg. Van praten kunnen vreemde situaties ontstaan. Zo ook gisteravond bij Pauw & Witteman. Een blonde Eva Jinek-kloon genaamd Mariska Orbán had het iets te hoog in haar bol. Een vrouw die een miskraam heeft gehad en nu woedend is op de vrouwen die vrijwillig een kind weg laten halen. Haar hekserij uitte ze door plastic poppetjes van foetussen bij mensen door de brievenbus te gooien. ‘Kijk, dit formaat van een mens heb je vermoord kreng!’ zal mevrouw Orbán dan zeggen. Orbán, is dat eigenlijk Turks? Wat maakt het uit. De vrouw heeft een kronkel in haar hoofd en hoopt dit te verbloemen door zich goed op te maken. Ze kan zo mee naar hetzelfde tehuis als die figuren uit het boek van Murakami. Als je vrouwelijk, blond, opgemaakt en onder de veertig bent en zelfs Jeroen Pauw je niet versierd tijdens de uitzending van Pauw & Witteman, dan is er iets heel erg mis met je.

Genoeg over vrouwen met een foute eigen mening, het is tijd om naar de schoenenwinkel te gaan. Ik zal mij tegoed doen aan prachtige Italiaanse schoenen, zoals het een beetje man zijn plicht is om er netjes bij te lopen. Vrouwen zullen enkel en alleen naar mijn voeten staren. Mocht het een mevrouw Orbán-type zijn, ik zal haar onverwacht een stoot tegen de neus geven.

Er Geen Bal Van Snappen

Nederland bevat vele mensen, waar ik simpel gezegd geen bal van snap. Terwijl ik dit schrijf bedenk ik me dat ergens geen “bal” van snappen een eigenaardige uitspraak is. Zouden de wegen, die teelballen afleggen in het leven, niet te bevatten zijn? Of snappen ballen in het algemeen weinig van deze wereld?

Na een zoektocht door het taalkundige deel van internet valt op dat er veel spreekwoorden zijn waarin de bal het onderwerp is. “Wie de bal kaatst, kan hem terug verwachten”. “Ergens een balletje over opgooien”. “De bal ligt nu bij hem.” “De bal is rond”. Zo zouden we nog wel even door kunnen gaan. De vraag blijft: waar komt die bal vandaan?

Waren wij vroeger al geobsedeerd door voetbal? Of is het misschien een uiting van Freud zijn welbekende castratieangst. De angst van een man zijn mannelijke geslachtsdelen te verliezen bij de eerste aanschouwing van het vrouwelijk geslachtsdeel.

Het antwoord op de vraag, waarom de bal zo vaak wordt gebruikt in spreekwoorden, moet internet mij echter schuldig blijven. Het woord “bal” heeft ook geen unieke status. Zo zou je ook ergens geen “hout” van kunnen snappen. Hout, het maakt het er niet duidelijker op.

Wat ook opvalt tijdens mijn zoektocht is dat, als je “er geen bal van snappen” invoert op een willekeurige zoekmachine, je vooral sites krijgt over de PVV. Ik wil hier geen conclusies trekken op basis van zoekmachines, maar als ik “lekker wijf” intyp krijg ik wel alleen maar vrouwen, die een goed uiterlijk hebben.

Wat ik wilde was een stuk schrijven over Nederlanders waar ik “geen bal van snap”. Helaas is de Nederlandse taal mij soms ook een raadsel en blokkeert het mij om verder te schrijven.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.