Het wakker worden verliep niet voorspoedig op deze vrijdag. De ochtend stond in het teken van het continu uitstellen van de wektijd op mijn telefoon en het uiteindelijk tegen de muur smijten van deze telefoon. Dit gebeurt mij elke vrijdag. Waarschijnlijk neem ik de eerste lettergreep van het woord vrijdag te serieus.
Het opstaan lijkt geen probleem te zijn voor de mensen om mij heen. Zij moeten simpelweg op tijd bij de baas arriveren. Blijven liggen is geen optie. Voor een luie student als ik, is er geen baas.
Gisteren was ik verloren in een boek, dat ik graag uit wilde lezen. Een boek van zeshonderd pagina’s met extreem kleine letters. Letters zo klein dat een vlo op het boek een heel woord zou kunnen veranderen. Ik zat met zwetende oogjes te lezen in “The Wind-Up Bird Chronicle” van Haruki Murakami. Een ellenlang verhaal over een man die dagenlang in een ouderwetse drooggelegde put kan zitten. Zijn vrouw en kat verlaten hem en dat vindt hij vreemd. Ik snap vrouwen zelf ook niet, maar als het mijn hobby is om in putten te gaan zitten, dan zou ik het niet vreemd vinden mocht mijn vrouw op een dag de benen nemen. Deze man in het boek van Murakami vindt dat wel raar en gaat opzoek naar zijn vrouw. Een zoektocht waarbij hij nog meer mensen tegenkomt, waarvan een dokter zou zeggen: ‘opnemen die handel.’ Al met al was ik blij dat ik het boek uit had. De komende tijd geen Murakami meer voor mij. Het is een goede schrijver, maar het zogenaamde toeval van gebeurtenissen in de boeken van Murakami komt mij soms de spuitgaten uit.
Daar zat ik dan gisteravond als een neuroot dat boek door te lezen. Ik zat op mijn fauteuil met naast mij een glas en een flesje Hertog Jan Weizener. Een biertje dat gemaakt is om langs de huig te lopen. Ik was nog geen hoofdstuk verder of het flesje was alweer leeg. Frustrerend bier voor degene die twee trappen op moeten lopen om de ijskast te bereiken.
Ondertussen ben ik nog steeds bezig met het zoeken van een titel voor mijn toekomstige bestseller. Het is een schande dat ik pas op bladzijde tien ben. Toch zie ik er al een bestseller in. Zou Harry Mulisch nog leven, of in ieder geval bij kennis zijn, hij zou mij vertellen: ‘jongeman, dit wordt een bestseller, dit wordt een aanslag op de boekwinkels.’ Mocht hij niet op zijn sterfbed liggen, ik zou hem bedanken. Nederland kent bar weinig schrijvers zoals meneer Mulisch.
Na het boek van Murakami was ik gisteravond verzeild geraakt in het zoeken van een geschikte titel voor mijn boek. Hierdoor werd ik vandaag om half elf pas wakker. Ik heb mij gewassen, maar vergat mij te scheren. Een baard die prikt bij elke beweging van mijn mond is het gevolg. Gelukkig ben ik meer een schrijver dan een prater.
Praters heeft de wereld al genoeg. Van praten kunnen vreemde situaties ontstaan. Zo ook gisteravond bij Pauw & Witteman. Een blonde Eva Jinek-kloon genaamd Mariska Orbán had het iets te hoog in haar bol. Een vrouw die een miskraam heeft gehad en nu woedend is op de vrouwen die vrijwillig een kind weg laten halen. Haar hekserij uitte ze door plastic poppetjes van foetussen bij mensen door de brievenbus te gooien. ‘Kijk, dit formaat van een mens heb je vermoord kreng!’ zal mevrouw Orbán dan zeggen. Orbán, is dat eigenlijk Turks? Wat maakt het uit. De vrouw heeft een kronkel in haar hoofd en hoopt dit te verbloemen door zich goed op te maken. Ze kan zo mee naar hetzelfde tehuis als die figuren uit het boek van Murakami. Als je vrouwelijk, blond, opgemaakt en onder de veertig bent en zelfs Jeroen Pauw je niet versierd tijdens de uitzending van Pauw & Witteman, dan is er iets heel erg mis met je.
Genoeg over vrouwen met een foute eigen mening, het is tijd om naar de schoenenwinkel te gaan. Ik zal mij tegoed doen aan prachtige Italiaanse schoenen, zoals het een beetje man zijn plicht is om er netjes bij te lopen. Vrouwen zullen enkel en alleen naar mijn voeten staren. Mocht het een mevrouw Orbán-type zijn, ik zal haar onverwacht een stoot tegen de neus geven.
hoi